Kerknieuws
Gereformeerde Gezindte
Openingspagina
Boekbespreking
Foto's
Persoonlijk
Kerkbodes
Spreuk van de week
Overig
Ware gebeurtenissen
Kerkelijk leven
Jongerenrubriek
Muzikale pagina + agenda
Columns
Links
Uw aandacht voor:
Boekbespreking
 

Op deze pagina kunt u van tijd tot tijd een boekbespreking aantreffen. Heeft u een boek wat u graag besproken wilt hebben, dan kunt u altijd contact met mij opnemen!


1.    

Ds. Jac. Van Dijk en Elspeet (ds. M. van Kooten, Elspeet)

De klus is geklaard. De levensbeschrijving over ds. Jac. Van Dijk is gereed. Op  25 augustus 2016 is het boek gepresenteerd in de zaal van Erdee Media Groep  te Apeldoorn, samen met een boek over ds. Doornenbal, geschreven door dr. Bart Jan Spruijt waarbij het thema zal zijn ‘een opmerkelijk tweetal’.

‘Schrijven is schrappen’, heb ik moeten leren. Er moesten keuzes gemaakt worden wat wel of niet opgenomen zou worden in het boek wilde het nog een redelijke omvang krijgen. Bij het schrappen vielen ook zijn herinneringen aan Elspeet buiten het bestek van het boek. Gelukkig dat er nog andere kanalen zijn om e.e.a. aan de vergetelheid te ontrukken, zoals onze Veluwse Kerkbode.

Ds. van Dijk heeft vanuit de periode dat hij Garderen diende vele malen in onze gemeente gepreekt. Maar ook wel later toen hij het onderwijs diende en vanuit zijn laatste gemeente Monster. Eens bevestigde hij vanuit Garderen het huwelijk van een echtpaar dat tevergeefs op de consulent wachtte. Toen de predikant niet op kwam dagen – mobiele telefoon was toen nog een onbekend fenomeen – werd op het laatste nippertje Van dijk gebeld die zijn volkswagen – die hij ook wel zijn volksfiets noemde – extra gas gaf om de huwelijksdienst tot een goed einde te brengen.

Hij had ook nog wel eens contact met schaapherder Mouw die ouderling en zondagsschoolonderwijzer was in onze gemeente en waar ik de ouderen nog wel eens met een zekere weemoed over hoor spreken. Hij bracht hem ter sprake in de Monsterse kerkbode van 16 januari 1970 waar hij onder de titel ‘Ze staan voor niets!’ een korte meditatie plaatste over 1 Kron. 11 : 15-21: ‘Wie zal mij water te drinken geven uit Bethlehems bornput?’

Van Dijk schreef het volgende: ‘Je hebt mensen, die nergens voor terug deinzen. Alles durven zij te presteren, als zij iemand daarmee een dienst of een genoegen denken te doen. Moed is een prachtige eigenschap, maar kan ontaarden in overmoed. Als David de wens te kennen geeft, nog eens water te mogen drinken, dat in de bornput van Bethlehem is, waarvan hij in zijn jeugd zo genoten heeft, gaan drie mannen eventjes 25 km. in de winter op stap om in bezet gebied, in dat Bethlehem dat helemaal in de macht van de vijand is, een beetje werk te doen, dat anders alleen vrouwen deden: water putten. David wil dat water graag? Goed – hij zal het hebben – kostte wat het kost.

Wanneer men met dat water aankomt durft David het niet te drinken: drie mensenlevens stonden er voor op ’t spel! Daarom maakt hij er een plengoffer van. ’t Zal hem wel deugd hebben gedaan, dat deze drie mannen voor hem door ’t vuur gingen!

Er leeft op de Veluwe een ouderling, die schaapherder is geweest. Toen jaren geleden het beestje van een buurkind in een waterput was gevallen, heeft deze man allemaal ladders aan elkaar doen binden en hij is met gevaar van zijn leven in de put gegaan, om het dier van het buurmeisje te redden. Moed? Misschien sidderde hij wel toen hij afklom. In elk geval: liefde.

Wat vrienden deden voor David: door het vuur gaan – heeft Christus gedaan voor Zijn kerk.

Om haar als bruid te werven,

Kwam Hij ten hemel af.

Hij was ’t die door Zijn sterven

Aan haar het leven gaf.

Als er dorst is naar de Heere, krijgt men ‘levend water’ (Johannes 4 : 10).

Van Dijk tekende elders in die kerkbode aan: ‘Nog even wilde ik vermelden, dat de ouderlingschaapherder, over wie in de meditatie sprake is, Willem Mouw heet en nog oud-ouderling in Elspeet is, waar ik in deze zomer 2x gepreekt heb en hem mocht ontmoeten. Ds. J.T. Doornenbal te Oene (die dit jaar in Monster zal preken Deo Volente) heeft me het verhaal verteld’.

Kerkelijk Elspeet is nog wel eens negatief voor het voetlicht gehaald. Ooit vertelde dr. J.J. Buskes dat hij in vakantietijd in Elspeet kerkte en daar alleen maar hel en verdoemenis hoorde preken. De beste man zal wel geslapen hebben.

Gedurende de polio-epidemie – dit jaar een halve eeuw geleden – werd ds. C. Wisse (predikant bij de Gereformeerde gemeente alhier) Herodes genoemd vanwege zijn houding ten opzichte van inenting. Hoe men ook tegenover vaccinatie mag staan, dit had geen pas. Het was pure vijandschap. Ook ds. van Dijk werd met negatieve berichtgeving geconfronteerd. Hij kreeg ter ore dat tijdens een dienst die hij in juli 1971 in Elspeet leidde een ouderling enkele vrouwen had verzocht de kerk te verlaten omdat deze geen hoofddeksel op hadden en een mijnheer omdat deze zomers gekleed was. Hoewel toen en nu een hoofddeksel voor dames en gepaste kleding voor het huis van gebed gewenst is voor beide sexen, wordt en werd niemand weggestuurd wanneer dat niet het geval is. Van Dijk nam het daarom in de Monsterse kerkbode van 15 augustus 1971 op voor onze gemeente:

‘Ik preekte in Elspeet. Er werd daarover weer een sterk verhaal verspreid in Monster en Ter Heyde. Iemand uit laatstgenoemde plaats zou op de Veluwe in een ‘heel zware’ gemeente ds. van Dijk hebben gehoord. Voor de dienst zou een ouderling een meneer in zomerkleding en dames zonder hoed verzocht hebben om weg te gaan. Ik hoop dat ’t overbodig is te zeggen, dat hiervan niets waar is. De kerkenraad en ik vonden trouwens met moeite gelegenheid om de kerk binnen te komen, er is maar gecollecteerd bij de uitgang, vanwege de opeengepakte schare. Trouwens, ik zag ook mensen, die in Monster kerken, aan hen zou men kunnen vragen of het gerucht waarheid bevat, als men mij niet geloven wil. Waarom moet men toch nare verhalen rondbrieven? Enfin – de vakantie is voorbij. We hopen dat men tot de taak van hoofd en handen zich met vreugde zal zetten. Welzalig diegene, die alle kracht en hulp alleen van de Heere verwacht’.

Op dit stukje kreeg van Dijk telefonisch en schriftelijk reactie. Veertien dagen later schreef hij: ‘Mijn hartelijke dank aan degenen die positief reageerden op het roddelpraatje dat door ’n ouderling kerkgangers zouden zijn weggestuurd. Dank ook aan die vriend die in de zomer één van mijn Veluwse beurten aanwezig was en de nauwkeurige gang van zaken aan mijn kerkenraad schreef. En tot besluit: ‘geeft de duivel geen plaats’ (Efeze 4 : 27).

Een jaar later (26 juli 1972) werd door de jeugdvereniging een zendingsmiddag georganiseer hetwelk ds. van Dijk, die naast de predikanten R.T. Huizinga, H. Visser en C. Evers sprak, noemde dit ‘een opmerkelijk feit’. De jeugd houdt zich immers doorgaans met andere dingen bezig. Van Dijk die vele jaren voor de klas stond op een middelbare school, kon het weten als geen ander. Van Dijk sprak het slotwoord met als thema ‘Het volle Evangelie in zeven woorden’ naar aanleiding van 2 Tim. 2 : 2: ‘Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw’. Jaren later weten gemeenteleden dit nog te herinneren. Zalig echter die het horen maar het ook bewaren in het hart.