Kerknieuws
Gereformeerde Gezindte
Openingspagina
Boekbespreking
Foto's
Persoonlijk
Kerkbodes
Spreuk van de week
Overig
Ware gebeurtenissen
Kerkelijk leven
Jongerenrubriek
Muzikale pagina + agenda
Columns
Links
Uw aandacht voor:
Ware gebeurtenissen

In deze rubriek hoop ik gebeurtenissen te plaatsen uit het dagelijkse leven. Hetzij deze in vroeger tijden gebeurd zijn of recent hebben plaatsgevonden. Heeft u een voorval te vermelden voor deze rubriek? Laat het mij weten via: grava@solcon.nl

1.    

1.      Waarom Ds. Doornenbal – zijn betekenis voor deze tijd (dhr. G.C. Viveen, Alblasserdam): een prachtig verslag, omlijst met foto’s van deze lezer waarvoor we hem via deze weg nogmaals hartelijk dank willen zeggen   2

We beginnen deze bijdrage van Kerknieuws met een verslag van een lezing die dr. Spruyt enige tijd geleden voor studievereniging Koinonia in Lienden gehouden heeft. Niet om ds. Doornenbal in het licht te zetten, maar dat we door dergelijke artikelen mogen zien dat hij nog spreekt nadat hij gestorven is

 


1.       Waarom Ds. Doornenbal – zijn betekenis voor deze tijd (dhr. G.C. Viveen, Alblasserdam): een prachtig verslag, omlijst met foto’s van deze lezer waarvoor we hem via deze weg nogmaals hartelijk dank willen zeggen

 

 

Op een grauwe zaterdagmiddag, de bewolking hing laag en er waaide een gure oostenwind, reden we richting de Betuwe, om daar een studiemiddag bij te wonen van de Koinonia.

Bij afslag Echteld zijn we de bewegwijzering gevolgd en reden over de lokale wegen door een liefelijk landschap van typische Betuwse boerderijen verstrooid tussen de weilanden en boomgaarden. Uiteindelijk geraakten we aan onze bestemming, het dorpje Lienden.

Voor de statige pastorie aan de Papestraat, schuin tegenover de eeuwenoude Hervormde kerk parkeerden we onze auto.

Indrukwekkend, dat is vooral de omschrijving welke past bij het kerkgebouw.

Het witgepleisterde koor en transept en zijn majestueuze toren steken boven het landschap uit.

De gemeente staat in de Hervormd-Gereformeerde traditie en wordt gevormd door een Schriftuurlijk-bevindelijke prediking. We zouden zeggen ouderwets Hervormd.

Momenteel wordt de gemeente gediend door ds. J. Niesing, welke is gekomen van Kootwijkerbroek op 3 februari 2008.

Bij het uitstappen spoedden we ons naar het gebouw “De open deur” waar de deuren, inderdaad, ondanks de gure wind, uitnodigend open staan! De geur van vers gezette koffie en de behaaglijke warmte van de verwarming komt ons tegemoet. Omdat we enigszins verlaat zijn schuiven we achter in de zaal, die zo begrepen we later, overvol is voor de begrippen van het studieverenigingbestuur. Na een hartelijk welkomstwoord en opening door de voorzitter  de heer G. Slootweg met gebed en het zingen van Psalm 19 vers 1 en 4 legt deze, welke enigszins gevoel voor humor aan de dag legt, nog eens uit aan “de te hoop gelopen schare” wat de vereniging beoogt.

De naam van de vereniging is afgeleid van het Griekse woord ‘koinonia’  (κοινωνία) dat ‘gemeenschap door vertrouwelijke omgang’ betekent. Het woord wordt in het Nieuwe Testament veelvuldig gebruikt voor de verbondenheid die er in de eerste christelijke gemeenten tussen christenen was. Het woord ‘koinonia’ wordt in het Nieuwe Testament ook gebruikt voor ‘het breken van het brood’ zoals de Heere Jezus dat heeft ingesteld tijdens het laatste Pascha met Zijn discipelen (Mattheüs 26:26-28).

Zoals aangekondigd in de uitnodiging is het onderwerp hedenmiddag:

Waarom dominee Doornenbal? – Zijn betekenis voor onze tijd.

 

De spreker is heden middag dr. B.J. Spruyt  

Bastian Jan (Bart Jan) Spruyt (Ridderkerk, 29 januari 1964) is een Nederlandse historicus, journalist, columnist en rechts-conservatief denker. Hij oriënteert zich vooral op het conservatisme en wil dit in de Nederlandse samenleving verspreiden. Spruyt studeerde geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1996 aan de Universiteit Leiden op een kerkhistorisch onderwerp, een proefschrift over Cornelis Hoen, een jurist en protestant uit de 16e eeuw die een werk schreef over het Heilig Avondmaal. Spruyt is belijdend christen. Hij was lid van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, maar is overgestapt naar de Hersteld Hervormde Kerk. Waar hij momenteel ook doceert binnen de opleiding aan predikanten.

Zijn eerste boek over ds. J.T. Doornenbal Wie eenmaal heeft liefgehad schreef hij in 2007 / 2008 over geloof, cultuur en politiek, en kwam uit in 2009, uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer, ISBN 9789023924111.

Na een woord van dank voor de uitnodiging en een verontschuldiging belangende zijn verstrooidheid ( Spruyt was een jaar te laat op de uitnodiging ingegaan, aldus eigen zeggen ) wat enige hilariteit teweeg bracht in de zaal, schrijft de inleider als ondertitel van zijn lezing:

Waarom zouden we nog de boeken van ds. J.T. Doornenbal lezen?

 

Spruyt toont verschillende schriftjes, welke hij verkreeg van mensen die ds. Doornenbal van nabij hebben gekend. De schriftjes met preekschetsen zijn na het overlijden van ds. door zijn huishoudster mw. van Dijk geschonken aan diverse mensen tot behoudenis der gedachtenis.

Het nieuwe boek wat D.V. half maart 2016 uit komt, is daarom ook een boek van ds. Doornenbal zelf, aldus Spruyt. Samengesteld uit 18 originele geschriften. De titel wordt: Romantiek en Stichtelijkheid. Het bevat een aantal preken en lezingen.

Een en ander is onderverdeeld in een aantal gedachten:

  • Hoe moet de prediking zijn?
  • Donkere zielenachten.
  • De zekerheid van het geloof

Verder zijn daar een aantal paragraven met

                  -     Artikelen over (vader) Theodorus á Brakel.

                -              Artikelen over Alexander Comrie.

-       Artikelen over P. van Leeuwen.

-       Artikelen over Gerrit Achterberg.

En tot besluit een interview ter gelegenheid van het 25 jarig ambtsjubileum te Oene, waarin verrassende onthullingen kunnen worden gelezen welke nooit eerder zijn uitgegeven.

Aanvang van de lezing.

 Ds. J.T. Doornenbal

Is het niet een man uit een voorbije wereld?

Wat is het belang van zijn werk in 2016?

Vaak worden deze vragen gesteld, en ik wil daar graag even iets tegenoverzetten. Je proeft nl. de levensstrijd, de mystieke omvangrijkheid van de schepping in zijn werk. Hij moet een getourlementeerd  man geweest zijn.

Slechts zeldzaam heeft ds. Doornenbal gesproken over zijn innerlijk leven. Bekend is dat hij dit deed met ds. de Rustige uit Hierden en kandidaat Riphagen, nooit is daarover ook maar iets op papier gezet. Hier past ons dan ook uiterste terughoudendheid!

Graag geef ik een citaat weer uit een spreekbeurt van ds. Doornenbal die hij eens hield in een gebouwtje in Goes. Het was geen kerkje, geen evangelisatie waar dit plaats had. Hier uit blijkt het ongelofelijke onpartijdige denken van ds. Doornenbal. Christus was zijn voorbeeld! Zijn voorliefde ging uit naar het uitvaagsel dat door Christus wordt gezocht.

 

Heden zegt men: “mooi, maar vandaag bestaan er geen aanknopingspunten meer voor deze personages en standpunten”.

Ons zijn heden nuttiger C.S. Lewis, Tim Keller en Dittrich Bonhoeffer.

Kijk, zegt B.J. Spruyt hier ben ik vuur bang voor, voor deze uitspraken. Ik ben namelijk bevreesd dat deze nieuwe auteurs de oude traditie gaan vervangen.

Ons wordt verweten dat we romantiek en een vroomheid zoeken dat definitief voorbij is, maar wie bepaald dat? De meerderheid? Laat ik mijn uitspraken onderbouwen.

*Ds. W. Dekker acht Bonhoeffer meer relevant.

(noot G.C.V. : dat is de verarming van vandaag).

*Dr. W. Aalders daarentegen schreef in Ecclesia, ik meen dat het toen nog Kerkblaadje heette, “Ons land staat vol met getuigenissen. Je hebt hier in den lande het geestelijke grondwater van de kerk van alle eeuwen”.

Spruyt vervolgt, we moeten  er beducht voor zijn dat kerkgeschiedenis een bron van romantiek wordt! In studie van de kerkgeschiedenis zeg je dat het verleden een vreemde wereld is. Je voelt iets van afstand! Maar…..wij zijn de dingen vergeten door onwetendheid. We moeten de hoogten en diepten, de lengten en breedte door studie herontdekken!

Men veronachtzaamd de prediking van ds. Doornenbal door te stellen, dat dit stamt uit de tijd van de romantiek (1795-1848)

Dat is niet waar, juist deze prediking is zuiver reformatorisch, vroeg reformatorisch! Hét thema van ds. Doornenbal is het Woord van God, de prediking van God en de rechtvaardiging van de goddeloze.

2 Corinthe 7 was ds. Doornenbal zijn eerste preek als kandidaat. Het thema voor de prediking was: Het verlangen, onderverdeeld in twee punten              
> Droefheid naar de wereld > Droefheid naar God.

Die heimwee hebben komen thuis, dit is uit de periode van het Reveil. Het is een uitspraak welke meerdere malen werd gedaan door ds. Doornenbal. Het was echter geen uitspraak van hemzelf! Ik (dr. B.J. Spruyt) wil onderzoeken, en hoop in mijn aangekondigde boek daar op terug te kunnen komen, van wie de uitspraak uiteindelijk is.

De interesses van ds. Doornenbal zijn enorm, hij neemt waar in álle geledingen de zoektocht  naar de ware vroomheid. Hij zocht wáre vroomheid en Godvreze, bij dezulke mensen voelde ds. zich thuis, wie ze ook waren of wat ze ook vertegenwoordigden.

Neem bijvoorbeeld dr. Maarten van Roon, een ethisch man die college gaf aan de theologische Universiteit in Utrecht,  deze bezocht de gezelschappen en sprak met zijn studenten soms twee uur lang over waarom men de dag moet beginnen op de knieën.

Het is mede daarom niet te doen om ds. Doornenbal in een hokje te plaatsen.

Laat ons in de breedte van onze gezindte niet moderniseren wat betreft onze theologie. Laten we ontdekken wat ons gemis werkelijk is. Lees bijvoorbeeld: Alle hoogten en diepten, van ds. Doornenbal. We zijn in de kerken de ware eenvoud kwijt. Ds. Doornenbal wordt wel genoemd de laatste vertegenwoordiger van het Reveil.

 Zelfs nu, Anno Domini 2017 is ds. Doornenbal nog in vele kerkelijke geschriften en bladen veelvuldig geciteerd. Zelfs in de (Hersteld) Hervormde Kerkbode van de Veluwe, welke wekelijks verschijnt in dagblad formaat worden elke week hele stukken van ds. Doornenbal afgedrukt. Laat ik u een *stuk mogen voorlezen. (*noot: zie bijlage)

Wanneer ik (BJS) op de klok kijk, zie ik dat ik nu anderhalf uur aan het woord ben, ik stel voor dat we nu eerst koffie drinken.

In de koffie pauze ontstaan er spontane geanimeerde gesprekken bij de bezoekers onderling.

Mijn persoon (G.C.V.) raakt in gesprek met een, naar wat later blijkt leraar, die Bart Jan Spruyt in de klas heeft gehad, maar ook een masterclass heeft bijgewoond bij Spruyt.

We spraken over de toenemende belangstelling in de reformatorische gezindte over Karl Barth en Dittrich Bonhoeffer. Wat betreft Karl Barth, sprak mijn gesprekspartner dat ook hem zulks verbaasde. Zelfs het Reformatorisch Dagblad besteedde recent positieve aandacht in een katern met diverse artikelen. Zelf attendeerde ik er op dat net na WO II de Barthiaanse theologie Nederland in slaap suste en vergiftigde. De lijn van de prediking heden ten dage is aan het moderniseren in bedenkelijke vormen. Niets te na gesproken van C.S. Lewis, maar zelf voel ik me daar niet gesticht door. Wat betreft Bonhoeffer kwamen we niet op één lijn. Zijn visie verschilde nogal van die van mij. Hij stelde dat er veel te leren is van Bonhoeffer en dat ook de vroomheid van deze man treffend kan zijn, terwijl mij altijd een groot aantal vraagtekens vormen wanneer ik de theologische uiteenzettingen van de man lees. Mijn gesprekspartner haalde de Oud Gereformeerde voorganger Joh. Van der Poel aan. Ook dat was een bijzonder mens in zijn wereldje van Oud Gereformeerden. Absoluut niet in de OG kaders te vatten, zo stelde hij.

Ons gesprek werd plotseling geïnterrumpeerd doordat een andere persoon mijn gesprekspartner weg riep.

Terwijl ik zo één en ander zat te overzien in de zaal en te overdenken in mijn hart, dacht ik aan wat we in zijn algemeenheid kwijt zijn aan ware vroomheid. Wanneer ik denk aan predikers die ik  nooit heb gekend omdat ik onkerkelijk ben opgevoed, maar veel van heb mogen lezen. Mannen zoals ds. I. Kieviet, de ds. familie Vroegindeweij, ds. W.L. Tukker, ds. J.P. Verkade. Maar ook van predikanten die ik wel mee heb gemaakt zoals ds. A. Schaap, ds. W. van Gorsel, ds. A.F. Kaars en om er van heden nog enkele eenvoudigen te noemen ds. D.J. Budding, prof. Dr. A. de Reuver, ds. M. van Kooten……….

 

Na het zingen van Psalm 38 : 1 en 9 is er gelegenheid tot het van gedachten wisselen, zoals de heer Spruyt het noemt.

  • Spruyt opent met de opmerking: Bonhoeffer, komt veel minder in aanraking met het zondebesef en de droefheid naar God, dit in tegenstelling tot ds. Doornenbal. Hierdoor ontstaat een gedachte dat we nú, in onze moderne wereld, Bonhoeffer lezen en dat Doornenbal passé is, iets uit een grijs verleden dat alle waarde verloren heeft. Kijk, dat is juist de geestelijke armoe van deze moderne tijd! Daarmee zeg ik niet dat ik Bonhoeffer veracht, integendeel, maar ik deel zijn visie niet,en, ja begrijp me goed………….het is, zonder hem op een voetstuk te plaatsen toch ds. Doornenbal niet!
  • Tot mijn verbazing, vraagt mijn gesprekspartner uit de pauze het woord. Hij vraagt de aandacht voor het volgende: Recent kwamen diverse artikelen in het RD over Bonhoeffer en Karl Barth. Worden de mensen op deze manier niet deze personen aangeprezen?
  • Spruyt haakt in met de volgende opmerking: Hoogst waarschijnlijk is de eindredacteur van de betreffende krant enkele dagen op vakantie geweest, toen e.e.a. is geplaatst (hilariteit alom) nee, laten we wel wezen, een goede eindredacteur laat dit niet gebeuren! De theologie van Barth is omstreden en on-Schriftuurlijk! We missen de thema’s schuld en bloed. De kennis van Christus en de schuld en het berouw over de zonden moeten de kern zijn van het reformatorisch belijden!
  • Maar waarom is Barth dan nú zo interessant, vraagt mijn gesprekspartner opnieuw. Spruyt: hij sprak voor zijn tijd (en blijkbaar voor sommigen onder ons, ook heden) ongehoorde dingen. Naar mijn (BJS) mening, moeten we weg blijven van het optochtelijke, het, zie ons Christenen eens!
  • Doornenbal blijft door álle tijden heen leesbaar (opmerking uit de zaal)
  • Uit de zaal de vraag: Hoe stond ds. Doornenbal ten opzichtte van de bezetter in WO II? Spruyt: De Duitsers noemden hem “Der verrücktte Pfarrer”, hij lapte alle (veiligheid) regels van de bezetter aan zijn laars. Maar riep nooit op tot verzet, hij was echter wel goed bezig.
  • Een aanwezige refereert over het gegeven dat hij ds. Doornenbal persoonlijk heeft gekend en bij ds. op belijdeniscatechisatie heeft gegaan. Doornenbal was een ernstig maar ook humorvol en sympathiek leermeester. Hij was zeer pastoraal, maar kon ook heel radicaal reageren. Ik (aanwezige referant) weet bijvoorbeeld me nog te herinneren dat hij bij een spreekbeurt na een vraag antwoordde:”Ik ga weg” en stapte ook resoluut op. Naar alle waarschijnlijkheid had hij de vraag als een aanval op zijn spreekbeurt opgevat en trok zijn conclusie! (wederom enige hilariteit in de zaal)
  • Uit de zaal weer een vraag: Had ds. Doornenbal waardering of kritiek over Alexander Comrie?

Spruyt: Ja, hij kon daar heel furieus over schrijven, maar kon ook heel goed relativeren door niet overal amen op te zeggen wat Comrie leerde. Ds. Doornenbal heeft in de kerkbode, van Woubrugge maar ook later meermaals geageerd tegen de Catechismusverklaring van Comrie en dan met neme wat deze leerde aangaande zondag 7, toornend kon dan zijn spreken of schrijven zijn.

Aan de andere kant kon hij euforisch reageren over het gegeven dat hij op dezelfde preekstoel het Woord mocht verkondigen als Comrie dat ooit deed. Hij liet zich er zelfs op fotograferen! Daar zien we dan weer de romanticus in Doornenbal heel duidelijk naar voren komen. Hij kon bijvoorbeeld lyrisch schrijven over het verleden van Woubrugge en zijn vermaardheid in de persoon Comrie, anderzijds was Comrie een filosoof die volstrekt niet overeenstemde met ds. Doornenbal en zijn gedachtegang.

 ·  Een andere vragensteller vraagt: Was de levensmanier en houding het nabije leven met de Heere, vooral de eenvoudige (Hervormde) levensstijl? Een lezing voor heden?

Spruyt: Doornenbal zag toen de afkalving zich al aankondigen. Dus in die zin, zeer zeker, ja! Hij was bang voor kerkelijk leven. Doornenbal hield niet van poeha, maar het wáre en het nódige!

·  Een ander waagt de vraag : Was ds. Doornenbal hoogkerkelijk? Zou hij in 2004 gekozen hebben voor de PKN?

Spruyt: “Stellig”: Ja hij was zeker hoogkerkelijk, maar, alleen op zondag. In de week niet.

” Aarzelend”: Ik denk inderdaad ja, hij zou denkelijk PKN geworden zijn, maar hij paste nergens bij, hij had een zwak voor de underdogs*, dat is de reden dat wij hier vanmiddag dan ook bij elkaar zijn (hilariteit alom).

(*noot: zie bijgevoegd kerkbodebericht, dit is in zijn geheel voorgelezen net voor de pauze door Spruyt)

·  Een oudere dame vraagt: Hoe was zijn  verhouding tot ds. I. Kievit?

             * Ds. Izaäk Kievit

Spruyt: ds. Doornenbal bezocht altijd de contio’s van ds. I. Kievit en was ook een vriend van hem. Hij was één van hen die de kist droeg met ds. Kievit tijdens diens begrafenis.

Maar even terug hakend op de vorige vraagsteller: ds. Doornenbal was niet eenkennig en bezocht  vele afgescheidenen en afgescheiden kerkdiensten. Ook ging hij zelf regelmatig voor in schuurkerkjes, achteraf gebouwtjes (zoals hij die zelf noemde) Hij had daar ook veel vrienden.

·  B.J. Spruyt: Als er verder geen vragen meer zijn?........Ja, ik begrijp het……..Uw voorzitter fluisterde  mij in het oor dat we “om des tijds wille” moeten afronden ( gegniffel van herkenning uit de zaal) sommigen van u komen van ver.

·  Nog één slotopmerking wil ik u toch niet onthouden: Het geluid van ds. J.T. Doornenbal was net als van de schrijvers uit de oude tijden, leest u zijn boek Donkere ziele nachten en u zult de klaarheid daarin bemerken!

·  Spruyt: Ik heb nog één vraag aan u allen in de zaal: wanneer iemand van u of wanneer u iemand weet, die nog nalatenschappen van ds. Doornenbal in zijn of haar bezit heeft, zoals preekschriftjes, foto’s of enig ander materiaal, dan wil ik die heel graag van u lenen voor verder onderzoek en documentatie.

De voorzitter dankt dhr. Spruyt voor zijn boeiend betoog en verzoekt hem met ons de bijeenkomst te eindigen met gebed.

Spruyt spreekt een eenvoudig en ootmoedig dankgebed uit, waarna hij ons verzoekt te eindigen met het zingen van Psalm 38 vers 15

Want, o trouw en eeuwig Wezen,
In mijn vrezen
Staat mijn hoop op U alleen;
Gij, mijn God, zult in ellenden
Bijstand zenden,
En verhoren mijn gebeên. 

Naschrift

Een mooie middag ligt achter ons. Even waren we boven de zorg van alle dag uitgetild en voelden we ons één met het eenvoudige volk, dat eenvoudige volk wat uitkeek en kijkt naar een glimp van hun Koning. In ds. J.T. Doornenbal was die puurheid, dat eenvoudige Godvrezende leven. Die tere aan- en afhankelijkheid. Hoe kon hij klagen dat hij er weer niets van gemaakt had met zijn preken, hoe nederig altijd zich verontschuldigend naar zijn luisterend en lezend publiek.

We waren een ogenblikje vervuld met dat heimwee……….

We zijn ook zelf een gevoelsmens, misschien is het daarom dat deze geschriften ons zo trekken? Ik weet het niet. Ds. Doornenbal kende ook dat heimwee……al heel lang. Hij sprak er over in zijn preken, hij schreef er over in de Kerkbode, hij mijmerde erover in zijn reisverslagen en……hij is thuis gekomen! Daar waar geen mens meer zegt dat hij pijn heeft, of dat het weer niets was met de preek of……….Nee, daar mag hij aanschouwen en vervuld zijn met het Goddelijk beeld om eeuwig zijn Heere te prijzen, want……die heimwee hebben, komen thuis!