Kerknieuws
Gereformeerde Gezindte
Openingspagina
Boekbespreking
Foto's
Persoonlijk
Kerkbodes
Spreuk van de week
Overig
Ware gebeurtenissen
Kerkelijk leven
Jongerenrubriek
Muzikale pagina + agenda
Columns
Links
Uw aandacht voor:
Gedichten
Krantenknipsels
Overdenking
Inleidingen
Overdenking

Hebt u toekomst? ds. D. Zoet, Ouddorp 
En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit.
Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven. Matth. 25 : 8 en 9

Voor velen is de vakantie een periode van rust.
We nemen voor enige tijd afstand van ons dagelijks werk en overige bezigheden.
Liever denken we dan niet teveel aan alles wat ná de vakantie komt.
Dat is van later orde, zo vinden we.
Helaas geldt dat ook vaak ten aanzien van wat er na dit leven komt.
De eeuwige toekomst! Wat zal onze toekomst zijn?
Die vraag schuiven we voor ons uit. Of het nu vakantie is of niet. Maar juist in de vakantietijd krijgen we van de Heere de tijd om er over na te denken. De vraag naar onze toekomst zal echter geen vraag mogen blijven. Er moet een antwoord komen. En nu is er maar één écht antwoord. Een antwoord waarmee u niet alleen getroost kunt leven, maar ook eenmaal zalig zult kunnen sterven, namelijk: Christus!
Over Hem gaat het in de gelijkenis die voor ons ligt (Matth. 25 : 1-13).
De Heere Jezus maakt voor Zijn hoorders gebruik van een heel bekend oosters beeld. Hij beschrijft een bruiloft, die aanstaande is.
In dat verband lezen we van tien maagden.
Het zijn de vriendinnen van de bruid.
Halverwege het huis van de bruid en bruidegom wachten zij op het ogenblik dat de bruidegom er aankomt.
Zichzelf vergelijkt de Heere Jezus in deze gelijkenis met de bruidegom.
Hij is dé Bruidegom, Wiens komst moet worden verwacht.
Het is immers vast en zeker dat Hij eens zal wederkomen op de wolken des hemels. Wanneer dat zal zijn, is voor ons onbekend.
Maar juist daarom wekt Christus op tot waakzaamheid en gebed.
We moeten zijn voor- en toebereid op de Toekomst van de Zoon van God.
Bent u dat? Verlangt u naar Zijn komst?
Zult u straks de hemelse Bruiloftszaal in kunnen gaan?
Lezer(es), er kan in geestelijk opzicht weinig zijn, dat veel is.
Maar er kan ook veel zijn, dat evenwel niets is.
Dat laatste zien we in onze tekst van de meditatie.
De vijf dwaze maagden uit de gelijkenis waren er vast van overtuigd dat zij op de Toekomst helemaal waren voorbereid.
Zullen we eens wat preciezer naar hen kijken?
Misschien lijkt u wel heel erg op hen. Of misschien juist helemaal niet.
In ieder geval wordt in hun voorbeeld duidelijk waar het voor ons allen op aankomt, willen we echt Toekomst hebben.
De vijf dwaze maagden leefden afgescheiden van de wereld en waren bezig met de dingen van Gods Koninkrijk, de toekomende dingen. En dat is nodig!
Daar komt bij dat zij zich bevonden in het gezelschap van de vijf wijze maagden. Ze trokken dus op met Gods kinderen. En dat is belangrijk!
En verder, ze droegen lampen met zich.
Die lampen hebben zelfs enige tijd gebrand.
Het ziet op de zuivere belijdenis; het Woord van God droegen ze met zich mee. Dat Woord kenden ze met hun verstand.
En kennis van Gods Woord is erg nuttig!
Maar weet u wat die vijf dwaze maagden misten?
Het ontbrak hen aan de toepassende kracht van de Heilige Geest.
Zij misten de liefde van God in hun harten.
En dat terwijl ze er vast en zeker van uitgingen dat ze op reis waren naar de Bruiloft des Lams.
Ze waren ervan overtuigd toekomst te hebben.
Maar ze hebben zich vergist.
Want op het beslissende ogenblik zijn hun lampen uitgegaan.
En omdat zij geen olie in hun vaten hadden, bléven hun lampen uit.
Wat een ontzettende waarschuwing. Het gaat nauw uit!
Met de lamp van een oppervlakkige godsdienst, de lamp van een vermeende bekering, van onze uitwendige belijdenis kunnen we misschien een heel eind komen. Maar in het licht van de eeuwigheid gaat deze lamp uit.
We kunnen er de Heere niet mee ontmoeten.
Ook de lamp van elke vorm van zonde- en werelddienst zal zeker doven.
Wat nodig is?
We zullen olie in onze vaten moeten hebben.
Nee, daaraan kunnen andere mensen ons niet helpen.
Zelfs Gods kinderen niet.
Hoe dwaas was het van de dwaze maagden te menen dat de wijze maagden een gedeelte van hun olie aan hen zouden af kunnen staan.
Gods genade is namelijk niet te delen.
Andere mensen kunnen ons wél wijzen op de mogelijkheid om de olie van de Heilige Geest te ontvangen en om door Christus behouden te worden.
Het ontvangen van die genade is en blijft echter een hoogstpersoonlijke zaak, die alleen de Heere ons kan geven.
Daarom hebben we nodig om door Gods ontdekkende genade een verloren zondaar voor God te worden.
En om door de kracht van Gods Geest tot de Brond der zaligheid, Christus Jezus, gebracht te worden.
Wat zijn we dwaas als wij onze hoop en verwachting stellen op iets buiten Hem.
De wijze maagden verwijzen de dwaze maagden naar de verkopers en naar de markt waar olie is te verkrijgen.
Die markt met haar verkopers ziet op de verkondiging van het Woord.
Dat Woord wordt verkondigd in Gods huis.
Daarom is de kerk de plaats waar iedere zondag marktdag wordt gehouden. Door de prediking van Zijn Woord en de kracht van Zijn Heilige Geest wil de Heere zondaren bekend maken met de diepte van hun schuld en met de rijkdom van Gods genade in Christus.
De dwaze maagden kwamen echter te laat. Voor hen was de markt gesloten.
Er was geen olie meer te koop.
Het levendmakende en hartvernieuwende werk van de Heilige Geest was niet meer te verkrijgen.
En hoe zij even later ook klopten op de deur van de bruiloftszaal, de deur bleef gesloten.
Geliefde lezer(es), het laat ons zien dat op het ogenblik dat de Bruidegom wederkomt, of wanneer wij – voordat Hij terugkomt – onbekeerd sterven, er geen mogelijkheid meer is om tot genade te komen.
Dan is er geen olie des Geestes meer te verkrijgen. Maar nu nog wel.
Nu kan uw hart nog worden vernieuwd.
Gaat liever tot de verkopers.
Dat wil zeggen: stel u in de weg van de middelen.
Kom biddend onder de prediking, onderzoek Gods Woord en smeek om de olie van de Heilige Geest. Want er is olie te verkrijgen.
De dwaze maagden vroeger er om bij de wijze maagden.
Zij konden hen echter niet helpen. ’s Mensen heil is ijdelheid.
Maar dat geldt niet van Hem, Die de zaligmakende bediening van Zijn Geest heeft verworven door Zijn lijden en sterven.
Bij Hem, de Heere Jezus Christus, is raad.
Dat u daarom zou uitgaan tot Hem met de smeekbede:
Och, schonk Gij mij de hulp van Uwen Geest.
Geef mij van Uw olie.
Opdat mijn levenslamp in deze donkere wereld zal schijnen tot eer van Uw Naam en straks eeuwig haar schijnsel zal geven’.

Dan komt er een uitzien naar de komst van de Bruidegom.
Dat is een verwachting, die verder gaat dan dit leven en de dood.
Alleen zo’n toekomstverwachting heeft eeuwigheidswaarde.
Van harte toegebeden!